Voor de geschiedenis van het hertenkamp nemen we u allereerst mee naar de winter van 1955. Tot de definitieve sluiting op een bewolkte dag in februari van dat jaar, was het gebied rondom de Koepelkerk een begraafplaats. Een aantal jaren later werd het stuk grond in een brief aan de burgemeester van Smilde omschreven als:  ‘Het terrein (…) geeft momenteel een haveloze indruk. Het ligt reeds gedurende meerdere jaren braak en de bestemming (…) wekt niet de verwachting, dat op korte termijn  wijziging in deze toestand zal kunnen worden verwacht.’  Volgens de schrijver zal  er ‘iets gedaan moeten worden. Daarom is er een plan gemaakt voor de aanleg van een hertenkamp.’  Dat plan was al flink uitgedacht; er moest een drinkvijver worden aangelegd, van de uitgegraven grond kon dan een voederheuvel worden gemaakt, waarop een schuil- en nachthok gebouwd moest worden van gekapt hout uit wandelbos ‘t Kyllot. Ook stonden de precieze maten en materialen van de te plaatsen afrastering zorgvuldig omschreven. De uitvoering van het plan zou, inclusief de aan te schaffen dieren, 2300,- gulden kosten. De  betreffende brief werd op  21 september 1961 ondertekend door ‘De Directeur van Gemeentewerken, F.G. Brouwer.’

Daarmee werd de eerste officiële aanzet  gegeven voor het realiseren van een hertenkamp in Smilde.  In de brief die burgemeester Noord de volgende dag aan de gemeenteraad schreef, kunnen we lezen dat het idee om een hertenkamp aan te leggen mede naar aanleiding van enkele suggesties uit de burgerij is ontstaan.

Een kleine drie jaar later, in het voorjaar van 1964, werd de aanleg van de omheining en het schuil- en nachthok voltooid. Vervolgens begon het onderhandelen over de aan te schaffen herten. Dat
  ‘de burgerij’ blij was met het hertenkamp en het niet alleen bij suggesties voor de aanleg van het kampje hield,  bleek wel uit het feit dat zij ook een duit in het zakje hebben gedaan. De burgemeester schreef: ‘Inmiddels had een aantal bewoners van de Koningin Wilhelminalaan en omgeving het plan opgevat door middel van een inzameling onder een gedeelte van de inwoners van Smilde gelden bijeen te brengen en de gemeente deze aan te bieden als bijdrage in de kosten van aankoop van de herten en de bouw van een volière. Men was n.l. van oordeel, dat niet alleen de herten een attractie vormen, doch dat ook een volière in het plantsoen achter de Hervormde Kerk een aanwinst voor de gemeenschap zou zijn. De collecte heeft in totaal f 570,- opgebracht, welk bedrag de gemeente reeds is aangeboden.’

Er werden vier herten aangeschaft bij een verzorgingstehuis voor bejaarden in Emmen, die ze graag kwijt wilde. Daarvan werd één bok geruild met het hertenkamp in de gemeente Westerbork. In het najaar van 1964 is het dan eindelijk zover;

Smilde heeft haar eigen herten.